DE DONKERE NACHT

 

 

JOHANNES VAN HET KRUIS

beeld

george meertens

 

 

 

 

In een nacht, aardedonker,

in brand geraakt en radeloos van liefde,

en hoe had ik geluk!

ging ik eruit en niemand die't merkte

want mijn huis lag reeds te slapen

In't donker, geheel veilig

langs de geheime trap en in vermomming,

en hoe had ik geluk!

in't donker, ongezien ook,

want alles in mijn huis lag reeds te slapen.

In de nacht die de kans geeft,

in het geheim, zodat geen mens mij zien kon

en ook ik zelf niets waarnam:

ik had geen ander leidslicht

dan wat er in mijn eigen binnenst brandde.

Dat was het dat mij leidde

zekerder dan het zonlicht op de middag

daarheen waar op mij wachtte,

van Wie ik zeker zijn kon

en op een plaats waar niemand ooit zou komen.

0 nacht die mij geleid hebt!

0 nacht, mij liever dan het morgengloren!

0 nacht die hebt verenigd

Beminde met beminde,

beminde, opgegaan in de Beminde!

Aan mijn borst, wei vol bloemen,

Hem alleen, onbetreden voorbehouden,

daar is Hij ingeslapen

en heb ik Hem geliefkoosd

en gaf de waaier van de ceders koelte.

De koelte van de tinnen

kwam, onderwijl ik door zijn haren heen streek,

met haar hand, licht en rustig,

mij aan de hals verwonden

en stelde al mijn zinnen buiten werking.

Mijzelf liet ik, vergat ik;

ik druk het gelaat aan mijn Beminde;

het al stond stil, ik liet mij gaan,

liet al mijn zorgen liggen:

tussen de witte leliën vergeten.

Colofon:

Juan de la Cruz , Donkere nacht, vertaling Bram Moerland

George Meertens, Donkere nacht I t/m VIII, olieverf op papier, 50x65 cm, 2014

 

www.georgemeertens.com